Sterke wil

In hun puur-zijn zijn Verlicht geboren kinderen in contact met hun Bron. Ze hebben weet van hun eigen grootsheid, van hoe te leven in verbinding en vanuit heel-zijn. In hun onvolgroeide lichaam leven ze hun kracht. Deze is vooral te herkennen aan een hele sterke wil. Vanuit hun hele wezen willen zij tot uitdrukking brengen wat zij weten en wat voor hen waar is. Hun wens is het leven in zijn totaliteit te vieren.

Klein van lichaam, kunnen zij zich erg onmachtig voelen, omdat zij zich onvoldoende begrepen voelen. Hun geestkracht en sterke wil zetten zij nog al eens in om iets voor elkaar te krijgen, dat voor hen heel belangrijk is op dat moment. Of het nu gaat om hun eigenheid en individualiteit te beschermen of om een enorme drang tot geven en zich verantwoordelijk voelen. Hun intelligentie en creativiteit zetten zij in om op geheel eigenzinnige wijze hun eigen ervaringen op te doen, overeenkomstig dat wat hun belangen ondersteunt.

Het vraagt om een groot invoelingsvermogen, wijsheid en volwassenheid om met zo’n kind samen te leven. Zodat je kunt herkennen of je te maken hebt met een kind in ontwikkeling of met het Verlichte kind. De sterke wil van het kind nodigt je uit om enerzijds je eigen behoefte aan macht los te laten en anderzijds juist je macht in te zetten om dat te begrenzen wat echt om begrenzing vraagt. In een openhartig aanwezig zijn met jezelf, kan het kind recht gedaan worden, waardoor zijn eigenheid behouden kan blijven.

© Wonieka A. Meuter

Veel te geven

Met een groot hart geboren, heeft een Verlicht kind veel te geven. Zo vol liefde heeft het niet veel meer nodig dan dat het lichaam nodig heeft om te groeien en zich te kunnen ontwikkelen en het behoeft begeleiding in hoe om te gaan met de begrenzingen.

Naar gelang de mate waarin de hersenen ontwikkelt zijn, zal het kind zich in meer of mindere mate bewust zijn van wat het ziet. Hij kijkt met ogen vol onschuld de wereld in. Hij voelt dat wat niet klopt in wat hij ziet en geeft daar uiting aan. Het kind weet wanneer de ouder niet in balans is, het heeft weet van de bevroren tranen, van dat wat de ouder zelf het liefste wegstopt. In de liefde en loyaliteit die het kind voelt voor de ouder zal het de pijn in zich opnemen en vertolken via lichamelijke klachten, angst, boosheid, verdriet of juist zorgzaamheid en lief gedrag. Daarmee beschermt hij tegelijkertijd de ouder. Het zijn pogingen om met het lijden om te gaan in een verlangen te helen.

Al hun creativiteit wordt ingezet om iets te kunnen doorbreken. Baldadig en uitdagend kan hij zijn om daarmee het hart van opa te kunnen verzachten en te raken; mama’s tranen worden met vele kusjes en omhelzingen overladen; thuis willen blijven omdat het denkt dat de ouder hem nodig heeft. Zo totaal aanwezig en verbonden geeft hij, overstromend vanuit zijn Bron.

Niet altijd goed ingezien gaat alle aandacht zomaar naar het kind, dat op zo’n moment ook echt aandacht vraagt. De ouder hoeft de eigen pijn niet te voelen, doordat het zich op het kind richt, terwijl het kind enkel uit wat de ouder onderdrukt. Wordt dit meegaan in het lijden van de ouder onvoldoende begrepen, dan kan het Verlichte kind het contact met zijn eigen wezen, zijn Licht en levensvreugde verliezen.

© Wonieka A. Meuter

Boos

Een Verlicht kind is in staat te zien en te voelen achter de muren en maskers waarachter mensen zich verhullen. Hij weet wanneer een volwassene zich echt gedraagt of niet. Zeker nadat dit kind erkend is in zijn grootsheid. In het zien van de pijn en het verdriet achter de vriendelijke gezichten, wil hij zijn liefde delen en merkt dat het vaak niet echt ontvangen wordt.

Verlicht geboren of niet, het kind is klein van lichaam en afhankelijk van de volwassenen in zijn omgeving. Zij bepalen wat er gebeurt. Zij bepalen wat mag of niet mag. Zij laten zien hoe er in deze wereld geleefd wordt en dat je als kind je daarin te schikken hebt en naar hebt te luisteren. Is het een heel jong kind, dan zijn er onvoldoende woorden en zijn er onvoldoende vaardigheden om je grenzen aan te geven of helder te maken wat voor jou belangrijk is.

De machteloosheid kan zich zomaar opstapelen en komt daar waar het veilig is naar buiten in een heftige woede. Een woede waarin het kind onbereikbaar kan worden voor anderen. Waarin de ogen wegdraaien naar boven, alsof het daarheen gebracht wordt. Naar daar waar hij vandaan komt. Zelfs aanraken helpt niet.

In het contact met zo’n kind is het belangrijk dat de boosheid volledig via het lichaam naar buiten komt, zodat uiting gegeven wordt aan dat wat het ziet en waar het zich geen raad mee weet. Vertrouwde volwassenen kunnen woorden geven aan dat wat zij denken dat gezien werd, zodat het kind kan herkennen of het dat is waar het zo boos over was.

Begrip en erkenning voor de eigen waarnemingen maken het mogelijk voor elk kind en zeker voor een Verlicht kind om contact te houden met de eigen Bron, zodat niet vergeten hoeft te worden waartoe zij hier op aarde zijn.

© Wonieka A. Meuter

Gewoon ongewoon of ongewoon gewoon?

Hoe gewoon kan iemand lijken, hoe gewoon kan het er uit zien en toch heel ongewoon zijn? En wat voor de een gewoon is, kan voor de ander erg ongewoon, zelfs vreemd zijn. Aan de buitenkant is niet altijd te zien, wat er vanbinnen is. Hoogstens voor degene die met een ruime en open blik kan kijken. Die in de blik van een kind een enorme weidsheid en ruimte kan voelen en zien.

Voor wie er oog voor heeft, die kan het ene moment een heel gewoon kind zien dat zich gedraagt zoals een kind zich van die leeftijd gedraagt, met alles dat bij die ontwikkelingsfase past. Het volgende moment, in de veiligheid van helemaal gezien te worden en van vertrouwen, kan iets opengaan. Vanuit geopende harten en in diep respect voor de wijsheid en het weten van het Verlichte kind kunnen er heilige momenten plaatsvinden.

Een Verlicht kind dat als zodanig erkend is en gekend wordt, groeit enerzijds op binnen het kader van haar biologische familie, volgens de omgangsvormen van deze wereld. Anderzijds kan het zich gesteund weten door volwassenen die volledig begrijpen wie hij is. Die zien wat hij voor zijn ontwikkeling nodig heeft en die kunnen uitleggen hoe hij zich kan handhaven in deze wereld. In de ontmoeting met anderen die hun Verlicht-zijn ook weten te leven kan het normale ervaren worden van een leven in verbinding en een natuurlijke ongedwongen omgang.

© Wonieka A. Meuter

Ontmoeten in overgave

Het werkelijk ontmoeten van een (jong) kind en zeker een Verlicht kind vraagt om overgave. Kinderen leven van nature in overgave. Zij worden geboren en kunnen niet anders dan zich overgeven aan het bestaan. Zij zijn vol overgave aanwezig in dat wat zich aandient en in wat zij ervaren.

In je contact met een kind kunnen je eigen ideeën, emoties en overtuigingen zomaar tussen jou en het kind in komen te staan. Kinderen voelen haarscherp aan wie jij bent, hoe jij je voelt en hoe ze benaderd worden. Vanwege de ervaringen die opgedaan zijn is het vertrouwen in volwassenen in meer of mindere mate geschonden en zal een kind voorzichtig zijn en afwachtend, zeker bij volwassenen die het niet goed kent en waarvan het nog niet weet wat het ervan kan verwachten.

Ook jonge kinderen weten al hoe zij zich kunnen beschermen door zich niet (te) open te tonen. Ze weten je duidelijk te maken waar hun grenzen liggen, hoe ver je mag gaan. Kun je de signalen zien en accepteren zoals ze zijn, omdat het voor jou niet nodig is om je eigen wensen op te leggen, dan kun je een kind bevestigen in zijn ‘nee’, die al dan niet met woorden is gegeven. In het volgen van het ritme en tempo van het kind ontstaat een geven en ontvangen dat het vertrouwen verdiept.

In dit samenspel is er een aanwezig zijn waarbij alles weg valt en alleen dit ene moment van belang is. In zo’n moment kan een ontmoeting plaatsvinden van de ogen. Een ontmoeting die het mogelijk maakt dat het (Verlichte) kind zich durft te laten vallen in de ogen van de ander, erin wegglijdt. Het laat zich meenemen en neemt ook jou mee in een ervaring van Eén-zijn, van een herkenning van je Zijn. Waarin geen verschil is tussen jou en de ander. Een her-innering wordt wakker.

© Wonieka A. Meuter

(H)erkennen

In het volledig erkennen en leven van je Verlicht-zijn kun je pas een ander daarin herkennen. Dan wordt het mogelijk de ander te zien in zijn wezen, dwars door de overlevingsmanieren heen, die het zijn gaan versluieren en wat al jong begint. In het hele jonge kind kan het Verlicht-zijn al herkent worden.

Ook het Verlichte kind kan niet anders dan de situatie waarin het zich bevindt overleven. In al zijn wijsheid en liefde past het zich aan de omstandigheden aan. Beschermt het zichzelf in meer of mindere mate in zijn eigen wereld en laat niet alles zien. Het geven van zo’n kind kan heel groot zijn, meer dan veelal gezien wordt vanwege de eigen noden en behoeftes van de volwassenen waar het kind mee van doen heeft.

Leven in een klein lichaam, dat zich nog aan het ontwikkelen is, heeft zijn beperkingen. Woorden en vaardigheden ontbreken om zich uit te drukken en duidelijk te kunnen maken wat het bedoelt, wat het ziet en wat er gebeurt. Ze ontmoeten heel wat onbegrip en gebrek aan respect vanwege de houding waarmee volwassenen kinderen kunnen benaderen. Een houding die voortkomt uit hun eigen ervaringen als kind.

Vanuit het erkennen van je eigen grootsheid kun je dit kind zien als groot; kun je het erkennen en bevestigen in wie het is. Tegelijkertijd is er de realiteit van het lichaam. De realiteit van een kind te zijn dat zich aan het ontwikkelen is, dat groeit, dat opnieuw weer leert om te gaan met het lichaam en het te gebruiken, zodat het ermee kan doen wat het wil doen.

© Wonieka A. Meuter

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.