In het vertrouwen dat de Leerling in de Meester heeft, staat hij haar toe heel dichtbij te komen. Het is als een bloem die open gaat en steeds meer van zichzelf prijs geeft.
De relatie tussen de Meester en de Leerling is heel intiem in het wederzijds volledig openen van het hart, ook al zal de Leerling soms niet anders kunnen dan het hart te sluiten, door dat wat in de ontmoeting aan het licht is gekomen. Hij weet dat niets verborgen blijft in de ogen van de Meester en dat het ook niet hoeft. Hij ervaart dat de Meester hem soms beter lijkt te kennen dan dat hij zichzelf bewust is en dat zij onder woorden brengt wat nog geen woorden had.
De Leerling committeert zich aan de Meester en de Meester aan de Leerling. Door een wederzijds ‘ja’ kan dat bloot komen te liggen wat nog onvrij is. Het is de wil van de Leerling die de Meester toestemming geeft dat te benoemen wat zij ziet. Zo kwetsbaar, zo dichtbij mogen komen laat de Meester buigen in nederigheid.
Wonieka A. Meuter

